In 1925 werd vitamine E geaccepteerd in de alfabetische opsomming van de vitamines, de bekende rij A, B, C, D, etc. Pas in 1968 echter werd vitamine E formeel beschouwd als een essentiële voedingsstof voor mensen. In onze voeding komt vitamine E het meest voor in noten en zaden en de (koudgeperste) olie daarvan.
Vitamine E is de krachtigste lipofiele anti-oxidant vitamine in het lichaam, met als belangrijkste functie het neutraliseren van hoog-reactieve vrije radicalen. Deze vitamine beschermt met name meervoudig onverzadigde vetten en sommige (andere) vitamines tegen oxidatie.
Vitamine E is betrokken bij de celademhaling en kan de organen en spieren, met inbegrip van de hartspier, optimaal van zuurstof voorzien en zo gezond houden. Het zorgt ook voor normale bloedstolling en gezonde rode bloedlichaampjes. Vitamine E heeft vele andere functies, waaronder het gezond houden van het voortplantingssysteem, het vasthouden van zwavelhoudende aminozuren in het lichaam, en betrokkenheid bij onderhoud en herstel van de huid. |